Een paar dagen geleden publiceerde Eurostat de cijfers wie in de EU de langste werkuren per week klopt. Daaruit bleek dat 12,4% van de Griekse zelfstandigen en werknemers in de privesector tussen 20 en 64 jaar oud gemiddeld officieel 49 uur per week werken. Dat is bijna het dubbele van het gemiddelde in de EU, dat op 6,6% staat.

Ik vermoed dat we de rest van Europa er niet meer van hoeven te overtuigen een kleine 15 jaar na het uitbreken van de crisis dat de Grieken niet lui zijn en niet in hun hangmat in de zon liggen. Dat discours werd destijds wel gebruikt om de “reddingspakketten” voor de Europese belastingbetaler acceptabel te maken, en dat werd ook gretig overgenomen door buitenlandse media.

Het Griekse ministerie van Tewerkstelling stelde deze cijfers meteen in vraag, en beweerde dat de Grieken minder extra uren presteren als gerapporteerd. De Griekse overheid hanteert deze tactiek wel vaker wanneer cijfers het discours van de regering tegenspreken.

Maar het is een feit dat de Grieken heel veel uren presteren. Een en ander heeft natuurlijk ook te maken met het soort werk. De toeristische sector en de horeca is zo wat de grootste werkgever in Griekenland en die kennen eigenlijk nauwelijks een 8-uren werkdag. Werknemers werken makkelijk tot 14 uur per dag, waarvan tot voor kort de extra uren heel vaak in het zwart werden betaald.

(Ik moet nu even denken aan Andreas Papandreou die ooit zei dat Griekenland door grote buitenlandse spelers zou worden ingepalmd, en dat het land het hotel voor de Europeanen zou worden als het een neoliberale koers gaat varen.)

De regering Mitsotakis heeft de voorbije jaren geprobeerd om het zwartwerk tegen te gaan, om op die manier ook meer inkomsten via belastingen te genereren. Daartoe is bijvoorbeeld een digitale kaart geïntroduceerd Αρχική – Ψηφιακή Κάρτα Εργασίας, een soort van prikklok, zeg maar, die de werkuren meteen doorstuurt naar het ERGANI systeem van het ministerie. Een lovenswaardig initiatief, daar niet van. Maar het is niet uitgesloten dat zowel werkgevers als werknemers uitklokken, en dat de werknemer nadien gewoon verder werkt in het zwart. Waarom? Als de overuren dienen te worden aangegeven, gaat het officiële inkomen naar omhoog. En zo komen werknemers als snel in een hogere belastingsschaal, waardoor ze vaak netto aan het eind van de maand minder overhouden, hoewel ze toch langer werken.

In ieder geval heeft het gebruik van de digitale kaart er voor gezorgd dat het aantal aangegeven werkuren flink de hoogte is in gegaan (hoewel ik er bij dien te vermelden dat de kaart pas later in 2024 in gebruik is genomen), vooral in het toerisme en de horeca. Dat is 1 factor die we mee moeten nemen wanneer we het hebben over het hoge aantal werkuren in Griekenland.

Een tweede factor heeft te maken met de wetgeving. Sinds iets minder dan 1 jaar mag de Griekse werknemer wettelijk tot 13 uur per dag werken. Weliswaar maar voor een beperkt aantal dagen per jaar (dus niet het hele jaar door). Waarom 13 uur? Omdat er tussen 2 werkshifts wettelijk 11 uur rust moet zijn.

Om de een of andere reden moest je de 5 uur bovenop je normale 8 uur wel officieel gaan werken bij een of meerdere andere werkgevers. Wat betekent dat daar ook sociale bijdragen moeten voor worden betaald, en dat leidt niet noodzakelijk tot veel extra geld op het loonstrookje van de werknemer, maar de extra uren tellen wel mee voor je pensioen. Bovendien moet je ook rekenen dat er wel eens wat tijd kan gaan naar de verplaatsing van werkgever 1 naar werkgever 2.

De wetgeving is vooral gericht op bepaalde bedrijfstakken, waar er vaak sprake is van piekmomenten. Denk daarbij aan de toeristische sector die nog steeds erg seizoensgebonden is, de horeca, en de landbouw.

In een tijdsgewricht waar heel Europa aan het kijken is naar een verkorting van de werkweek, bedraagt een wettelijke werkweek in Griekenland 48 uur (ik herinner u er aan dat werknemeners in bepaalde sectoren kunnen „kiezen“ voor een 6-daagse werkweek). Nu is het wel zo dat een een werknemer tot 150 uur overuren per jaar mag werken.

In de praktijk combineren heel wat Grieken ondertussen al 2 of meer banen, omdat 6 op de 10 werknemers in de privésector sowieso niet meer rondkomen met hun salaris (rond de 20ste is het o: aan het eind van mijn salaris blijft er nog een beetje maand over, zo wordt wel eens gegrapt). Er mag dan wel worden gezegd dat Griekenland het keurslijf van de memoranda achter zich heeft gelaten, heel wat speciale maatregelen die meer dan 10 jaar geleden zijn genomen, blijven nog steeds van kracht. Zoals het bevriezen van loonsverhoging, of het inleveren van de 13de maand en het vakantiegeld in de openbare sector en voor de gepensioneerden. Daarmee is ook al meteen een verklaring gegeven voor het verlies in koopkracht in Griekenland. Of om het heel simpel te zeggen: de Grieken werken het meeste uren voor het laagste loon in de EU.

Hoeveel mensen werken nu officieel voor 2 of meer werkgevers? Daar zijn momenteel nog geen cijfers van, maar ook hier kun je je de vraag stellen wie het gaat aangeven. Want meer inkomen leidt er meteen ook toe dat je in een nieuwe belastingsschaal komt (zoals ik hierboven al schreef). En die belastingsschalen zijn ook al heel lang niet meer aangepast – iets wat op dit moment eigenlijk wel eens zou moeten. Je kunt er zeker van zijn dat er nog flink wat zwartwerk is. Momenteel zet de overheid controleurs in, maar naar de werkelijke oorzaak van dat zwartwerk wordt niet gekeken.

En deze week is er een nieuwe wetsvoorstel ingediend door het ministerie van Tewerkstelling, dat een aantal scheve toestanden op de werkvloer zou moeten recht trekken, aldus de bevoegde minister. En die hebben eveneens te maken met de overuren. Ik geef even een overzicht wat er in het wetsvoorstel staat.

Specifiek voor grote bedrijven waar “contractuele werktijden van maximaal veertig (40) uur per week” worden toegepast, bepaalt de wet dat “kan worden overeengekomen dat de werknemer gedurende een bepaalde periode (periode van verlengde tewerkstelling) twee (2) uur per dag zal werken bovenop de acht (8) uur, op voorwaarde dat de aanvullende uren bovenop de acht (8) of minder contractuele uren per dag, of de aanvullende uren bovenop de veertig (40) (of minder contractuele uren per week) in mindering worden gebracht op de gewerkte uren in een andere periode (verkorte werkperiode).

In plaats van bovengenoemde arbeidstijdverkorting kan de werknemer een evenredige dagelijkse rusttijd (vrije dag) of een evenredige toename van de jaarlijkse vakantie met behoud van loon of een combinatie van arbeidstijdverkorting, rustdagen en vrije dagen worden toegekend. De periode van vermeerdering en vermindering van de arbeidstijd mag in totaal niet langer duren dan twaalf (12) maanden en mag niet korter zijn dan één (1) week.

Tegelijkertijd wordt in een ander punt bepaald dat “als de activiteiten van de werkgever beperkt zijn, kan de werkgever in plaats van de arbeidsovereenkomst te beëindigen, een systeem van roterende tewerkstelling in zijn bedrijf opleggen, waarvan de duur niet langer mag zijn dan negen (9) maanden in hetzelfde kalenderjaar”.

Duidelijk een wetgeving die op maat is gesneden van de sectoren die heel seizoensgebonden werken.

En verder luidt het: “Het gemiddelde aantal wekelijkse arbeidsuren tijdens de referentieperiode, exclusief overuren en wettelijke overuren tijdens de periode van verkorte arbeidstijd, blijft veertig (40) uur of, als een kortere contractuele arbeidstijd wordt toegepast, blijft het aantal uren van de kortere contractuele arbeidstijd gelijk aan het aantal uren van de kortere contractuele arbeidstijd. Per week mag gemiddeld niet meer dan achtenveertig (48) uur worden gewerkt.”

Vanaf nu mag de werknemer dus die extra uren bij dezelfde werkgever blijven werken. En voor de overuren of voor het nachtwerken dienen geen sociale bijdrage te worden betaald. Om het simpel te zeggen: die uren tellen niet mee voor je pensioen. Zeer interessant voor de werkgever, maar voor de werknemer? Die krijgt wel 40% meer voor de overuren.

Het wetsvoorstel zegt verder dat “de werknemer het recht heeft om de terbeschikkingstelling van dit extra werk te weigeren indien hij niet in staat is dit werk te verrichten en zijn weigering niet in strijd is met de goede trouw. Een dergelijke weigering van de werknemer om het overwerk te verrichten, vormt geen grond voor beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst”.

Diegenen die in Griekenland wonen, hoef ik het niet te vertellen: een Griekse baas is niet meteen de beste baas die je je kunt dromen (ik wil niet veralgemenen, maar het komt vaak voor). Als je weigert die overuren te presteren, mag je wettelijk niet worden ontslagen. Maar op de werkvloer zal het leven je zo lastig worden gemaakt, dat je vanzelf gaat opstappen. Dat soort praktijken zie je al langer.

Bovendien is de werkgever sinds 2019 niet langer verplicht om een dringend ontslag van een werknemer te motiveren, dus in hoeverre is een werknemer werkelijk beschermd?

Verder voorziet het wetsvoorstel in de mogelijkheid om snel werknemers aan te werven via de mobiele telefoon, voor een werktijd van bijvoorbeeld 2 dagen, of voor een nulcontract. Het versterkt de “gig-economie” die alle risico’s van de productie overdraagt aan de werknemer, zonder garanties, zonder zekerheid, zonder vooruitzichten.

De mogelijkheid om 13 uur per dag te werken, onder “voorwaarden” en “condities”, creëert een nieuw regime van voortdurende uitputting. In een tijd waarin de gezondheidswetenschap waarschuwt voor de gevolgen van chronische stress, maakt de regering wetten die daar diametraal tegenover staan. Welke werknemer, welke moeder, welke vader kan 13 uur per dag werken zonder uitgeput te raken? Het gaat hier om gedwongen flexibiliteit, niet om keuzevrijheid. Een flexibiliteit die vooral de werkgever ten goede komt, en niet de werknemer.

Volgens de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) verhoogt meer dan 48 uur werk per week het risico op hartaandoeningen en depressie met wel 40%.

De collectieve bescherming in Griekenland is een van de laagste in de EU, met slechts 25% van de werknemers die onder een regime van collectieve arbeidsovereenkomst vallen, vergeleken met 80-90% in landen als Frankrijk, Zweden en Denemarken. Nog even vermelden dat we dat aan de trojka te danken hebben. Werknemers gaan individuele arbeidsovereenkomsten aan.

74% van de Griekse werknemers zegt dat ze niet kunnen onderhandelen over hun werktijden.

De overheid heeft het over keuzevrijheid. Maar welke vrijheid heeft een werknemer die bang is voor werkloosheid, boetes en willekeur van de werkgever? Het keuze-argument is misleidend. In een markt waar werkloosheid op de loer ligt, lonen laag blijven en vakbonden systematisch worden zwart gemaakt, wordt keuze een noodzaak om te overleven.

En dan denk ik aan de demografische crisis waarin Griekenland zich bevindt. De Grieken zetten geen kinderen meer op de wereld. Hoe kun je dat, als je een hongerloon krijgt, en als je ook nog eens gedwongen kan worden om extra uren te gaan werken. Wie heeft dan nog tijd om zich met zijn gezin bezig te houden, in een land waar traditioneel sowieso al weinig opvang wordt voorzien voor kinderen.

En hoe gaat zulk een wetsvoorstel bijdragen aan de door de regering zo geroemde Brain Regain, waar wordt geprobeerd om de honderdduizenden Grieken die het land tijdens de crisis hebben verlaten, weer naar hier te brengen? Ik neem aan dat die niet staan te springen om onder een dergelijk arbeidsklimaar terug te komen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *