Het zou me verbazen als alle Belgen of Nederlanders de naam zouden kennen van de Europese Openbare Hoofdaanklager. Maar in Griekenland ligt dat anders: zo goed als iedereen weet wie Laura Codruța Kövesi is.

Kövesi was afgelopen week in Griekenland, en dat was groot nieuws. EPPO, het bureau van de Europese  Openbare Aanklager onderzoekt op dit moment 3 grote fraudezaken in Griekenland:

  • een ervan betreft havenbelastingfraude, waarbij duizenden containers met een geschatte waarde van 250 miljoen euro in beslag werden genomen. Tien douaneambtenaren werden gearresteerd omdat ze naar verluidt steekpenningen hadden aangenomen om een oogje dicht te knijpen. Kövesi waarschuwde dat dergelijke praktijken niet langer worden uitgevoerd door kleine smokkelaars, maar door georganiseerde misdaadnetwerken, waarvan sommige banden hebben met China, die zich richten op de Europese markt.
  • een ander betreft het onderzoek naar het gebruik van Europees overheidsgeld om de Griekse Spoorwegen veiliger te maken: het zogenaamde contract 717. Het feit dat dat geld niet (correct)  was besteed, is naar boven gekomen bij de dodelijke treinramp van Tempi op 28 februari 2023,
  • en tenslotte zijn er de Europese landbouwsubsidies die in Griekenland via OPEKEPE niet correct zijn verdeeld, waardoor trouwe aanhangers van de regeringspartij heel wat geld kregen toegestopt, terwijl Griekse boeren die aan de voorwaarden voldeden en de subsidies nodig hadden, in de kou bleven staan.

Over de twee laatste zaken heb ik al uitvoerig geschreven.

Premier Mitsotakis was toevallig niet in het land toen Kövesi op bezoek kwam, dus moest minister van Justitie Floridis de honneurs waarnemen. Hij beloofde meer samenwerking met de Europese Openbre Aanklager. De landbouwsubsidies zullen vanaf nu worden gecontroleerd door de Griekse belastingsdienst. Dat leek de Europese Openbare Hoofdaanklager te bevallen.

In Griekenland onderzoekt het team van Kövesi tientallen zaken, waaronder vermeende verduistering van EU-middelen in verband met een treinongeluk in Tempi waarbij 57 mensen omkwamen. De conservatieve regering van Nea Dimokratia wees het verzoek van het EPPO om maatregelen te nemen tegen twee voormalige ministers na het ongeluk af.

Na de obligate bezoeken gaf Kövesi een persconferentie in de haven van Piraeus. Die locatie was zeker niet toevallig gekozen. Ze gaf er aan dat ook een Chinees bedrijf betrokken was bij de invoer van namaakproducten. Verwees ze naar COSCO, die onder druk van de trojka nu eigenaar is van de haven?

Ze wond er nadien geen doekjes om. Volgend fragment uit de persconferentie is veelzeggend.

“Ambtenaren en hoge functionarissen hebben Europees geld gestolen. Dit geld was bedoeld om eerlijke en hardwerkende boeren en hun gezinnen te helpen dit prachtige land te bewerken. Niet voor villa’s, auto’s en wie weet wat nog meer. OPEKEPE is het acroniem geworden voor corruptie, nepotisme en cliëntelisme. Preventie was niet effectief. Opsporing bestond niet. Aangifte doen werd belemmerd. Het onderzoek was op zijn best oppervlakkig. Het is tijd om deze Augiasstallen schoon te maken. En naar mijn mening is de rol van de rechterlijke macht in dit proces essentieel. Het slechte nieuws is dat, net als in de zaak-Tempi, dit strafrechtelijk onderzoek niet zijn volledige reikwijdte kon ontwikkelen vanwege de Griekse grondwet. Het goede nieuws is dat het parlement artikel 86 van de Griekse grondwet kan wijzigen. Ik heb begrepen dat er nu voldoende politieke wil is om dit proces op gang te brengen. Hoe eerder, hoe beter.”

Het artikel 86 waar ze naar verwijst, is bij de Griekse bevolking bekend als het artikel over de verantwoordelijkheid van ministers. Ik ben zo vrij om hier het artikel 86 uit de grondwet volledig weer te geven:

  1. Alleen het parlement heeft de bevoegdheid om zittende of voormalige leden van het kabinet of staatssecretarissen te vervolgen voor strafbare feiten die zij tijdens de uitoefening van hun functie hebben gepleegd, zoals bepaald door de wet. Het instellen van specifieke ministeriële strafbare feiten is verboden.
  2. Vervolging, onderzoek, vooronderzoek of voorlopig onderzoek tegen de in lid 1 genoemde personen voor bovengenoemde strafbare feiten is niet toegestaan zonder een voorafgaand besluit van het Parlement overeenkomstig lid 3. Indien tijdens een ander onderzoek, vooronderzoek, voorlopig onderzoek of administratief onderzoek bewijsmateriaal aan het licht komt dat betrekking heeft op de personen en strafbare feiten van het vorige lid, wordt dit onmiddellijk door de persoon die het onderzoek, vooronderzoek of administratief onderzoek uitvoert, aan het Parlement toegezonden.
  3. Een motie tot vervolging wordt ingediend door ten minste dertig leden van het parlement. Het parlement stelt bij besluit, aangenomen met een absolute meerderheid van het totale aantal leden, een speciale parlementaire commissie in om een voorlopig onderzoek in te stellen; anders wordt de motie als kennelijk ongegrond verworpen. De bevindingen van de commissie van het vorige lid worden voorgelegd aan de plenaire vergadering van het parlement, die beslist of de vervolging al dan niet wordt ingesteld. Het desbetreffende besluit wordt genomen bij absolute meerderheid van het totale aantal leden van het Parlement. Het Parlement kan te allen tijde zijn besluit intrekken of de vervolging, de voorlopige procedure of de hoofdprocedure opschorten, overeenkomstig de procedure en de meerderheid zoals bepaald in het eerste lid van dit artikel.
  4. De rechtbank die bevoegd is om de betreffende zaken in eerste en laatste aanleg te behandelen, is, als hoogste rechtbank, een speciale rechtbank, die voor elke zaak bestaat uit zes leden van het Hoogste Administratieve Gerechtshof en zeven leden van het Hoogste Burgerlijke en Strafrechtelijke Gerechtshof. De gewone en plaatsvervangende leden van het speciale hof worden na de vervolging door loting gekozen door de voorzitter van het parlement in een openbare zitting van het parlement, uit de leden van de twee hoge rechtbanken die zijn benoemd of bevorderd tot de rang die zij bekleedden vóór de indiening van het verzoek tot vervolging. Het Speciale Hof wordt voorgezeten door het hoogste lid van het Hooggerechtshof voor burgerlijke en strafzaken dat door loting is gekozen en, in geval van gelijke rang, door het lid met de hoogste anciënniteit. Een gerechtelijke raad, die voor elke zaak bestaat uit twee leden van het Hooggerechtshof voor Administratieve Zaken en drie leden van het Hooggerechtshof voor Civiele en Strafrechtelijke Zaken, functioneert in het kader van de speciale rechtbank van deze paragraaf. De leden van de gerechtelijke raad mogen niet tegelijkertijd lid zijn van de speciale rechtbank. Na een uitspraak van de Rechterlijke Raad wordt een van de leden die behoren tot het Hooggerechtshof voor civiele en strafzaken benoemd tot onderzoeksrechter. De voorlopige procedure wordt afgesloten met de uitvaardiging van een verordening. De taken van de openbare aanklager in het Speciale Hof en in de Raad voor de Rechtspraak van deze paragraaf worden uitgeoefend door een lid van het Openbaar Ministerie van het Hooggerechtshof voor Burgerlijke en Strafzaken, dat samen met zijn plaatsvervanger door loting wordt gekozen. Het tweede en derde lid van deze paragraaf zijn ook van toepassing op de leden van de Raad voor de Rechtspraak, terwijl het tweede lid ook van toepassing is op de openbaar aanklager. In het geval van een afzettingsprocedure voor het Speciale Hof van een zittend of voormalig lid van het kabinet of onderminister, worden alle deelnemers ook gezamenlijk aangeklaagd, zoals bepaald in de wet.
  5. Indien de procedure inzake de vervolging van een zittend of voormalig lid van het kabinet of onderminister om welke reden dan ook, met inbegrip van de reden van verjaring, niet wordt voltooid, kan het parlement op verzoek van de betrokkene zelf of van zijn erfgenamen een speciale commissie instellen voor het onderzoeken van de beschuldigingen, waaraan ook de hoogste magistraten kunnen deelnemen.

Wat betekent dit grondwetsartikel precies? Wel, laten we minister van Volksgezondheid en vice-voorzitter van de regerende partij, Adonis Georgiadis, het kort en bondig uitleggen. In het onderzoek naar de subsidiefraude zijn 2 ex-ministers genoemd: Makis Voridis en Leftheris Avgenakis. Een parlementaire onderzoekscommissie, waarin de regerende partij in de meerderheid is, net zoals in het parlement, heeft besloten om de 2 ex-ministers niet te onderzoeken.

“De Europese openbare aanklager heeft niet het recht om ons te vertellen of zij Voridis of Avgenakis schuldig acht. Weet u wat haar enige bevoegdheid is? Zij zegt: kijk zelf maar als u het wilt controleren. Wie heeft volgens de grondwet de bevoegdheid om te bepalen of ze gecontroleerd moeten worden? Het parlement. Wat zegt het parlement, dat wil zeggen de meerderheid? Wie is de meerderheid? ND. Wat heeft Nea Dimokratia besloten? Dat ze niet gecontroleerd willen worden. Einde verhaal.”

Zowel in het onderzoek naar de oorzaak van de treinramp in Tempi, als naar de subsidiefraude van OPEKEPE, stootte Kövesi op het artikel 86 dat ministers en ex-ministers beschermt, zodat ze als Europese Openbare Aanklager telkens tegen een muur liep. Meer nog, toen haar agentschap het ministerie van Transport wilde controleren na de treinramp, werd haar medewerkers de toegang geweigerd. Overigens, geheel toevallig, en wellicht doet het er niet toe, maar afgelopen week hebben dieven computers ontvreemd uit de kantoren van ERGOSE, de maatschappij die verantwoordelijk is voor de spoorwegeninfrastructuur.

Hoewel ze erkende dat corruptie niet uniek is voor Griekenland, benadrukten regeringsgezinde media die opmerking om haar hardere uitspraken te bagatelliseren. Premier Kyriakos Mitsotakis heeft ook irritatie getoond over het onderzoek van het EPPO en klaagde onlangs dat “alleen in Griekenland zoveel ophef” over het bureau wordt gemaakt.

Ondertussen hopen heel veel Grieken dat Kövesi inderdaaad de Augiasstal kan uitmesten, want ze hebben geen vertrouwen meer in de politiek en in justitie, na allerlei onregelmatigheden in het dossier van de treinramp van Tempi.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *