Over het afluisterschandaal kun je ondertussen boeken schrijven. Niet toevallig ging mijn laatste post er ook over. Ik documenteer het hier verder, om niet te vergeten welke methodes de regering Mitsotakis gebruikt om het onderzoek naar het afluisterschandaal in de doofpot te stoppen.
Zoals u zich wellicht nog herinnert, had de tweede strafrechtbank van Athene op 26 februari in eerste aanleg aan vier verdachten gevangenisstraffen van elk 126 jaar en 8 maanden opgelegd. Volgens het vonnis zouden de veroordeelden zich op illegale wijze toegang hebben verschaft tot privécommunicatie en gegevens van 87 betrokkenen. De rechtbank eiste verdergaand onderzoek, onder meer wegens het vermoeden van spionage.
Na de uitspraak verklaart een van de veroordeelden, Tal Dilian – voormalig commandant van de geheime technologie-eenheid van het Israëlische leger en directeur van het bedrijf Intellexa – in een interview met het Griekse Mega TV dat zijn bedrijf de spionage software Predator enkel aan regeringen verkoopt. ‘Ik wil geen zondebok zijn’, zegt hij. Dilian zag vooral een doofpotoperatie van de Griekse regering, waarbij hij verwees naar het feit dat president Nixon zijn presidentschap verloor omdat hij het Watergate schandaal probeerde toe te dekken. Wie tussen de lijnen leest, ziet hier een directe sneer naar premier Mitsotakis.
Goed, de rechtbank van eerste aanleg vond dus dat er verder onderzoek diende te worden gevoerd om te zien of het echt om een spionagezaak ging, maar afgelopen maandag besliste de openbare aanklager bij het Hooggerechtshof om het gevoelige dossier niet opnieuw te onderzoeken. Volgens Konstantinos Tzavellas is daar “geen enkele reden” voor. Misschien goed om te vermelden dat in Griekenland de regering zelf de openbare aanklagers bij het Hooggerechtshof benoemt.
Voor de openbare aanklager is de zaak duidelijk: geen enkel regeringslid, en zeker niet de premier, zou ook maar enigszins betrokken zijn bij het Griekse Watergate. Alleen Dilian en co mogen voor de rechter worden gedaagd.
Het vertrouwen in de rechterlijke macht is in ieder geval geschonden. Volgens een enquête van het Atheense opinieonderzoeksbureau Public Issue gaf in maart 2025 maar liefst 74 procent van de ondervraagden aan „geen vertrouwen“ te hebben in de binnenlandse rechterlijke macht. In 2018, dus vóór het aantreden van Mitsotakis, had daarentegen nog 53 procent van de Grieken vertrouwen in de rechterlijke macht, tegenover slechts 33 procent die dat niet had.
Het besluit van Tzavellas zorgt ondertussen voor politieke opschudding. De Atheense oppositieleider Nikos Androulakis van de sociaaldemocratische PASOK, zelf slachtoffer van afluisterpraktijken toen hij lid was van het Europees Parlement, hekelde tijdens een persconferentie de onder Mitsotakis heersende ‘uitholling van de rechtsstaat en de scheiding der machten’.
Het Openbaar Ministerie bij het Hoogerechtshof heeft ‘zelfs niet aan zijn minimale plicht voldaan en onderzoek geweigerd’, verklaarde Androulakis. Hij kondigde de oprichting van een parlementaire onderzoekscommissie aan. Ook de leider van de linkse Syriza, Sokrates Famellos, de linkse ex-premier en ex-Syriza-leider Alexis Tsipras, de Nieuwe Linkse Partij en de communisten sloegen dezelfde toon aan.
Maar er kwam ook protest tegen Tzavellas vanuit een andere hoek: de Orde van Advocaten van Athene, de grootste beroepsorganisatie voor advocaten in Griekenland, riep op 30 april op tot het aftreden van openbaar aanklager vanwege zijn aanpak van de zaak rond de illegale afluisterpraktijken. Volgens de advocatenorde ondermijnt het standpunt van Tzavellas het recht van burgers op rechtsbescherming en wordt de controle op het bestuur hierdoor aangetast.
Ook voormalig president Prokopis Pavlopoulos liet van zich horen. Tijdens een evenement in Athene, georganiseerd door de Unie van Griekse Grondwetsdeskundigen en de Administratieve Kamer van Griekenland, zei hij dat de recente ontwikkelingen in het afluisterschandaal ‘een zware klap hebben toegebracht aan het hart van de rechtsstaat’. Die “klap” was volgens Pavlopoulos zowel afkomstig van de uitvoerende macht – ‘en om precies te zijn, de regering’ – als, ‘helaas, van manipulaties binnen het rechtssysteem zelf.’
Het duurde niet lang of de Vereniging van Griekse Aanklagers veroordeelde de oproep van de Advocatenorde als „ontoelaatbare inmenging“. Het verzoek zou buiten elk grondwettelijk of wettelijk kader vallen. Is het overdreven om te stellen dat we hier met een crisis binnen Justitie zitten?
De beslissing van Tzavellas is niet het eerste obstakel in een poging om het onderzoek te belemmeren. Laten we even teruggaan in de tijd, naar 2023, toen het schandaal nog onderzocht werd door de onafhankelijke autoriteiten: de Autoriteit voor de Bescherming van de Vertrouwelijkheid van Communicatie – ADAE – (Rammos) en de Autoriteit voor de Bescherming van Persoonsgegevens (Menoudakos).
De eerste interventie:
Blijkbaar uit angst voor onthullingen duikt uit het niets een advies op van de toenmalige openbare aanklager bij het Hooggerechtshof, Isidoros Dogiakos. Daarin adviseerde hij, verwijzend naar een recent aangenomen wet 5001/2022 van de regering Mitsotakis inzake de Inlichtingendienst, het volgende:
- de ADAE is niet bevoegd om burgers te informeren over de vraag of er slachtoffers zijn geweest van staatssurveillance door de Griekse Inlichtingendienst,
- de controle van de ADAE van onder het geheimhoudingsplicht wanneer het om zaken van nationale veiligheid gaat, en de directeur en de leden van de Autoriteit voor de Bescherming van de Vertrouwelijkheid van Communicatie handelen dus in strijd met de wet als ze dergelijke controles uitvoeren.
Christos Rammos, voormalig rechter en destijds de directeur van ADAE, negeerde het advies, verwijzend naar artikel 19 van de Grondwet inzake het toezicht op het communicatiegeheim, en verklaarde dat de ADAE een grondwettelijke en onafhankelijke controlebevoegdheid heeft, die ‘noch door de wet, noch door een advies van de openbare aanklager’ kan worden beperkt.
Nog even over die wet 5002/2022 die in 2022 wordt aangenomen. Midden in het onderzoek naar het afluisterschandaal wordt het kader volledig veranderd. Volgens deze wet kan iedereen die denkt door de Inlichtingendienst te worden gevolgd, een verzoek om informatie indienen bij de ADAE. De wet bepaalt dat eventuele informatie pas drie jaar na het indienen van het verzoek wordt verstrekt. Wie beslist volgens de wet of de informatie mag worden gedeeld? De directeur van de Inlichtingendienst EYP en de twee openbare aanklagers van de dienst, toevallig aangesteld door de regering.
Dit is de periode waarin het conflict tussen de regering en de ADAE zijn hoogtepunt bereikt, waarbij regeringsfunctionarissen de heer Rammos rechtstreeks beschuldigen van het overtreden van institutionele regels en beweren dat hij zich op het ‘randje van de wettigheid’ begeeft. Desondanks zet Rammos het onderzoek voort waardoor hij stilaan een doorn in het oog van de regering wordt.
De tweede interventie
In juli 2023 treedt Georgia Adeilini aan als openbaar aanklager bij het Hooggerechtshof, zij vervangt Isidoros Dogiakos. Enkele maanden later, op 23 oktober, neemt ze in een verrassende zet het onderzoek naar het afluisterschandaal over van de drie openbare aanklagers van de rechtbank van eerste aanleg die het tot dan toe hadden geleid, en draagt het over aan de plaatsvervangend openbaar aanklager bij het Hooggerechtshof, Achilleas Zisis. De officiële verklaring was dat het onderzoek op deze manier zou worden “opgewaardeerd”.
Tijdens de periode dat Adeilini tot openbaar aanklager werd benoemd, had de Autoriteit voor de Bescherming van Persoonsgegevens haar eigen onderzoek naar de spionagesoftware Predator en zijn slachtoffers afgerond. In de conclusie van het onderzoek lijkt het erop dat de Autoriteit bewijs had gevonden dat ten minste 92 personen het doelwit waren van de kwaadaardige software van Intellexa.
Dat rapport kwam in de handen van de openbare aanklagers die de zaak onderzochten. Zij vroegen op hun beurt de hulp van Rammos en de ADAE om de lijst van personen die met Predator waren besmet, te vergelijken met de lijst van personen die door de Inlichtingendienst waren afgeluisterd.
Het bleek dat de 92 personen (of althans een aantal van hen) slachtoffers waren van Predator en door de Inlichtingendienst waren gevolgd. Dat kon wijzen op het bestaan van een gezamenlijk gecoördineerd observatiecentrum in het afluisterschandaal. Het spreekt voor zich dat als dit op officieel zou worden bevestigd, dit voor veel opschudding en een enorm probleem voor de regering zou zorgen.
Halverwege september 2023 versnelt de regering de procedure voor de vervanging van de leden van de ADAE met het argument dat hun ambtstermijn was verstreken. Dat was eveneens het geval bij andere instanties, maar de regering legde daar minder ijver aan de dag om hun leden te vervangen. De journalisten die de zaak volgende hadden het gevoel dat de regering een manier zocht om van de “lastige” Christos Rammos af te komen. Tegelijkertijd met de leden van de ADAE, worden tijdens dezelfde Parlementaire zitting ook leden van de ESR (De Nationale Raad voor Radio en Televisie. Waarom is dit belangrijk?
De vorige samenstelling van de Raad voor Radio- en Televisieomroep (ESR) had oppositieleider Kyriakos Velopoulos (van de partij Ethniki Lysi – een kalende man die op TV cremes tegen haaruitval en handgeschreven brieven van Christus verkoopt) een reeks forse boetes opgelegd vanwege de inhoud van zijn uitzendingen op de verschillende regionale zenders waarop hij te zien is. Enkel de regerende partij Nea Dimokrati en Elliniki Lysi stemmen voor om samenstelling van de leden van de autoriteiten te wijzigen. In principe moet 3/5 van het parlement daarmee instemmen, en door een rekentruuk waarbij een aantal tegenstemmen niet worden meegeteld, raakt de wijziging door de Parlement. De oppositie sprak toen over een akkoord tussen Mitsotakis en Velopoulos en over het kwijtschelden van de boetes.
Na de wijziging heeft directeur Christos Rammos niet langer de meerderheid binnen de ADAE. Zijn voorstel in de plenaire vergadering van de ADAE om de gegevens te vergelijken en om de Inlichtingendienst een boete op te leggen, worden verworpen.
Maar er is meer (volgt u me nog?): rond eind oktober 2023, nadat de openbare aanklagers van de rechtbanken van eerste aanleg herhaaldelijk bij de ADAE hebben aangedrongen op het uitvoeren van de controles, stuurt de vicevoorzitter van de Autoriteit voor de Bescherming van de Vertrouwelijkheid van Communicatie, Georgios Bakalis, alle institutionele grenzen overschrijdend, een brief naar openbaar aanklager bij hget Hooggerechtshof en informeert haar enerzijds over het bevel van de openbare aanklager en anderzijds over het voornemen van Rammos om over te gaan tot controles en het opleggen van boetes. Enkele dagen later haalt mevrouw Adeilini het onderzoek uit handen van de openbare aanklagers van de rechtbank van eerste aanleg en draagt het over aan Zisis, plaatsvervangend openbaar aanklager bij het Hooggerechtshof.
Derde interventie
Uit diens onderzoek bleek dat er, ondanks het feit dat er ten minste 28 gemeenschappelijke observatiedoelen van de Inlichtendienst en Predator waren, er geen gemeenschappelijk observatiecentrum was, aangezien het percentage van de geobserveerden uiterst klein was. Zijn deskundigen vergeleken de 28 gevallen met de meer dan 15.000 surveillancemandaten van de Inlichtingendienst van dat jaar (niet weinig, he?) en niet met de 92 gevallen die waren onderzocht door Autoriteit voor de Bescherming van Persoonsgegevens.
Zoals te verwachten was, leidde deze specifieke meetmethode tot een stortvloed aan reacties op de controle. Kort daarna bleek uit een onthullend artikel in de krant TA NEA dat de deskundigen blijkbaar niet zo onafhankelijk waren, maar juist duidelijke aanwijzingen zouden hebben gekregen over hoe ze hun onderzoek moesten uitvoeren.
De vierde interventie
We kunnen niet weten of de huidige openbare aanklager bij het Hooggerechtshof, Konstantinos Tzavellas, de 1.930 pagina’s tellende uitspraak van de rechtbank van eerste aanleg over het afluisterschandaal daadwerkelijk heeft gelezen. Als hij dat inderdaad heeft gedaan, zou hij hebben vastgesteld dat er inderdaad veel en cruciale gegevens naar voren zijn gekomen uit de getuigenverklaringen die tijdens de procedure zijn afgelegd.
Merkwaardig ook: in 2020 keurde Tzavellas, in zijn hoedanigheid van hoofdaanklager van de Inlichtingendienst, de surveillance goed van personen die bovendien het doelwit waren geworden van de spionagesoftware Predator. Toeval?
Is het verwonderlijk dat 74% van de Grieken geen vertrouwen meer heeft in de rechtspraak ?