Vorige week publiceerde Eteron, het Griekse Instituut voor Onderzoek en Maatschappelijke Verandering, de resultaten van een onderzoek met als thema „Economische rechtvaardigheid”.

Het onderzoek is in april 2026 uitgevoerd door aboutpeople in opdracht van het Eteron-instituut. 1504 mannen en vrouwen van 17 jaar en ouder uit heel Griekenland werden gevraagd naar hun opvattingen over economische rechtvaardigheid, de arbeidsmarkt, ongelijkheden, de rol van de staat in de economie en hun ideologische standpunten over fundamentele sociale en politieke kwesties.

De resultaten van de studie zijn hier te lezen en ze komen voor mij echt niet als een verrassing.

Ik geef u graag een samenvatting.

80,4% van de Grieken beschouwt hun land als een onrechtvaardig land (dat was nog 74,5% in 2021), 81,9% vindt dat de geproduceerde rijkdom in Griekenland onrechtvaardig wordt verdeeld, waarbij ondernemers bevoordeeld worden en werknemers maar heel vruchten plukken, en 86,5% pleit voor een verhoging van de belastingen voor de rijken voor meer sociale rechtvaardigheid.

Volgens de bevindingen geeft 63,4% van de burgers aan ontevreden te zijn over zijn of haar persoonlijke financiële situatie. Dat is een stijging van meer dan 6% ten opzichte van de 57,3% in 2021.

Tegelijkertijd is 82,2% van mening dat het huidige overheidsbeleid vooral grote bedrijven bevoordeelt.

Bovendien is 84% van mening dat de onrechtvaardigheden in Griekenland groter zijn dan in andere Europese landen.

De burgers eisen fiscale rechtvaardigheid

Uit het onderzoek blijkt een duidelijke maatschappelijke roep om een sterkere rol van de overheid in de economie. 48,9% geeft de voorkeur aan een economisch systeem dat meer gebaseerd is op overheidsplanning en overheidsingrijpen, tegenover 41,6% die de voorkeur geeft aan een model dat meer op de vrije markt is gericht.

Verder is 61,9 % voorstander van een verhoging van de belastingen op hoge inkomens en grote rijkdom, om zo de openbare diensten en de sociale zekerheid te versterken en de ongelijkheden te verminderen.

Tegelijkertijd is 87,1% van mening dat werknemers en gepensioneerden in Griekenland het grootste deel van de belastingdruk dragen, wat aantoont hoe sterk de belastingongelijkheid wordt ervaren.

Algemene roep om overheidscontrole op essentiële maatschappelijke voorzieningen

De voorkeur van de burgers voor overheidscontrole blijft bijzonder sterk in de belangrijkste maatschappelijke sectoren. Vooral dan:

  • in het onderwijs – 90,8%,
  • op het gebied van watervoorziening – 90,4%,
  • op het gebied van gezondheidszorg – 90,2%,
  • op het gebied van sociale zekerheid en ziektekostenverzekering – 87,8%,
  • op het gebied van energie – 77,5%,
  • op het gebied van vervoer over land – 72,3%.

Zelfs voor het banksysteem is 54,4 % voorstander van een overwegend publieke controle. Het luchtvervoer is de enige sector waarin de meerderheid – 56,8 % – de voorkeur geeft aan de particuliere sector.

Lage lonen en hoge woonlasten staan bovenaan de lijst van sociale onrechtvaardigheden

De financiële druk komt ook duidelijk tot uiting in de werkervaring. Slechts 36,7% van de werknemers vindt dat hij of zij een eerlijke financiële vergoeding ontvangt voor het beroep dat hij of zij uitoefent, terwijl 62,4% aangeeft dat de vergoeding weinig of helemaal niet eerlijk is.

Een soortgelijk beeld zien we bij de bepaling van de beloning op de ervaring en de inzet op het werk, waar 62,8% aangeeft ontevreden te zijn.

Op de vraag naar de grootste onrechtvaardigheden waarmee Griekenland momenteel te maken heeft, noemen de burgers als belangrijkste:

  • de lage lonen die geen waardig bestaan mogelijk maken, met 60,7%,
  • de hoge woonlasten voor huurders, met 57,7%,
  • het gebrek aan meritocratie, met 45,8%,
  • de ongelijkheden in de belastingheffing, met 45,1%,
  • de ondertewerkstelling van jongeren, met 39,1%.

Wat het huisvestingsbeleid betreft, zijn de belangrijkste prioriteiten die de burgers noemen: leningen met een lage rente voor de aankoop van een eerste woning (56,4%), een maximum voor huurverhogingen (46,8%) en de bouw van sociale woningen (38,9%).

Ongelijkheid wordt niet beschouwd als een „natuurlijk verschijnsel“

Uit de resultaten blijkt een sterke maatschappelijke overtuiging dat vrijheid, rechtvaardigheid en ontwikkeling niet los kunnen worden gezien van sociale bescherming.

64,4% vooronderstelt dat individuele vrijheid enkel kan bestaan door de bevrijding van armoede, een sterk stelsel van sociale bescherming en een actieve rol van de staat vereist om de markten in toom te houden. Tegelijkertijd is 66,4% van mening dat economische ongelijkheden geen natuurlijk verschijnsel zijn (zoals de premier van het land ons ooit vertelde), maar het gevolg zijn van het economische en sociale systeem.

Het belang van deze kwestie wordt vrijwel algemeen erkend: 88,1% beschouwt ongelijkheid als een zeer belangrijk of vrij belangrijk probleem.

Ook de steun voor collectieve instellingen op het werk krijgt bijzondere nadruk: 71,3% is van mening dat er zonder sterke vakbonden en collectieve arbeidsovereenkomsten geen goedbetaalde banen kunnen bestaan.

Genderdiscriminatie en gelijkheid op het werk

Uit het onderzoek blijkt ook dat er een sterke erkenning is van genderongelijkheid op de arbeidsmarkt. 65,9% is van mening dat vrouwen niet dezelfde kansen hebben als mannen om aangenomen te worden en functies te bekleden die aansluiten bij hun kwalificaties, terwijl 63,5% van mening is dat vrouwen meer moeite moeten doen dan mannen met dezelfde kwalificaties om erkend te worden.

Tegelijkertijd is 69 % van mening dat seksuele intimidatie op de werkplek wijdverbreid is, terwijl 84,1 % het ermee eens is dat homoseksuele en transgenders gelijk behandeld moeten worden bij aanwerving en op het werk.

Sociale zekerheid en sociaaldemocratie

Wat het socialezekerheidsstelsel betreft, vindt 78,4% sociale zekerheid rechtvaardiger, omdat dit een collectieve aanpak van risico’s op basis van solidariteit mogelijk maakt, tegenover 18,2% die de voorkeur geeft aan particuliere verzekeringen.

Op het gebied van ideologische oriëntaties komt de sociaaldemocratie naar voren als de benadering die volgens de meeste ondervraagden een sterkere en rechtvaardigere ontwikkeling kan garanderen, met een score van 20,6%. Daarna volgen het socialisme met 18,9% en het liberalisme met 16,6%.

Tegelijkertijd lijkt het centrumlinks/links een voorsprong in vertrouwen te hebben ten opzichte van het centrumrechts/rechts op het gebied van kwesties als het terugdringen van economische ongelijkheid met 48%, belastingrechtvaardigheid (40,4%), een rechtvaardig pensioenstelsel (40,2%) en de uitbreiding van collectieve onderhandelingen (48,8%).

Een duidelijke maatschappelijke boodschap

De onderzoeksresultaten schetsen een beeld van een samenleving die ongelijkheid niet als onvermijdelijk beschouwt, maar als een kwestie van politieke keuzes. Burgers vragen om eerlijke lonen, betaalbare huisvesting, sterke openbare diensten, belastingrechtvaardigheid, sociale zekerheid en daadwerkelijke bescherming op het werk.

Het beeld dat hieruit naar voren komt is duidelijk: economische groei wordt niet alleen beoordeeld op basis van marktindicatoren, maar ook op basis van de mate waarin deze groei zekerheid, waardigheid en rechtvaardigheid oplevert voor de sociale meerderheid.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *