Griekenland wordt vaak gepresenteerd als de „modelleerling” van Europa: een land dat zijn begroting op orde heeft en jaar na jaar een primair surplus neerzet. (Een primair surplus op de begroting betekent dat een staat meer geld binnenkrijgt dan uitgeeft, zonder de rentebetalingen op de staatsschuld mee te tellen. Het is dus een maatstaf die puur kijkt naar de lopende inkomsten en uitgaven van de overheid.) Wie dat beeld van de die modelleerling van dichtbij bekijkt, ziet een heel andere realiteit.

Ruim tien jaar geleden dwong de trojka — in de laatste fase zonder het IMF — de regering-Tsipras tot zware concessies in ruil voor een nieuwe noodlening om de banken overeind te houden. Een van die voorwaarden was ongekend: Griekenland moest tot 2060 een primair begrotingsoverschot realiseren. Geen enkel ander land is dat ooit gelukt. Griekenland wel — en de pers volgt dat surplus maandelijks, alsof het een bewijs is dat „alles goed gaat”.

Maar wie hier vaker meeleest, weet beter.

In de eerste zeven maanden van dit jaar (januari–juli) kwam het primaire surplus uit op 5,77 miljard euro, ruim boven de doelstelling van 4,41 miljard euro, zo blijkt uit de definitieve cijfers van de Algemene Rekenkamer. De netto-inkomsten bedroegen 45,258 miljard euro, waarvan 42,8 miljard euro uit belastingen kwam. De belastinginkomsten stegen — na aftrek van buitengewone bedragen — met 990 miljoen euro.

In die 42.794 miljoen euro zitten ook eenmalige posten, zoals:

  • 306 miljoen euro uit de concessieovereenkomst voor de Egnatia-snelweg.
  • 135 miljoen euro uit de tweede termijn van de concessievergoeding voor het casino in Elliniko — een bedrag dat eigenlijk pas eind 2025 zou worden geïnd. (Het surplus van 2026 ziet er daardoor kunstmatig beter uit.)

De belangrijkste belastinginkomsten:

  • BTW-inkomsten: 17.740 miljoen euro
  • Accijnzen: 3.964 miljoen euro (224 miljoen onder de doelstelling)
  • Onroerendgoedbelasting: 1.860 miljoen euro (55 miljoen boven de doelstelling)
  • Inkomstenbelasting: 15.073 miljoen euro (294 miljoen boven de doelstelling)
    • natuurlijke personen: +346 miljoen
    • vennootschapsbelasting: +20 miljoen
    • overige belastingen: –72 miljoen

Waarom stijgt het surplus? Niet door groei, maar door belastingdruk

De levensduurte stijgt overal, maar veel landen hebben de BTW verlaagd om huishoudens te ontlasten. Griekenland niet. Een voormalige minister van Economische Zaken verklaarde ooit op televisie dat een BTW-verlaging „de rijken zou helpen”, en dus niet wenselijk was. De regering Mitsotakis geeft om de mensen met lagere inkomens, zo luidde het. Onlangs zei de minister van Volksgezondheid dat de regering de BTW niet verlaagt omdat toeristen nu massaal meebetalen — wat het primaire surplus verder opdrijft.

Kunnen we hier spreken van een economisch succesverhaal? Nee, dit is een verhaal waarin je een bevolking helemaal uitperst. Als het echt goed gaat met een economie, dan moet een groot deel van het primaire surplus komen uit economische groei. Quod non.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *