De levensduurt in Griekenland stijgt zo snel waardoor een groot deel van de Griekse bevolking in de problemen komt en met een salaris vaak het eind van de maand niet haalt. Ik heb er hier in mijn blog al genoeg over geschreven.
De regering Mitsotakis riposteert daarop dat loonsverhoging een deel van het probleem kan oplossen. Om die reden werd de voorbije jaren het basisloon al een paar keer opgetrokken. Toen Kyriakos Mitsotakis in 2019 eerste minister werd, stond het basisloon nog op 651 euro bruto per maand. Ondertussen staat het op 920 euro bruto per maand.
Dat klinkt positief, maar er dienen wel een paar kanttekeningen bij gemaakt te worden. Het basisloon wordt enkel uitbetaald aan mensen die een voltijdse baan hebben, en dat worden er steeds minder. Tegelijk is de levensduurte tussen 2019 en 2026 veel meer gestegen dan het basisloon, waardoor heel wat Grieken aangeven dat ze het in 2026 veel moeilijker hebben dan pakweg 10 jaar geleden, toen de crisis nog volop woedde. Er is nog werk aan de winkel.
In een wetsvoorstel van een paar weken geleden, stelde de regering een veel royalere loonsverhoging voor van 95 tot 120%. Niet voor de Griekse werknemers, maar wel voor bepaalde leden van de Griekse clerus.
Alle leden van de clerus? Nee, voor een 150 tal leden: de aartsbisschop van Griekenland, de metropolieten en de bisschoppen – de hoogste rangen binnen de orthodoxe hiërarchie van het land. De salarissen van de rest blijft ongewijzigd. Ik dien er even bij te vermelden dat de Griekse clerus als deel van de Griekse ambtenarij wordt gezien. De maatregel kost jaarlijks ongeveer 3,6 miljoen euro.
Waarom betaalt de Griekse staat de clerus? Dat heeft te maken met historische afspraken die teruggaan tot de 19e eeuw, toen de kerk een aanzienlijk deel van haar onroerend goed aan de staat overdroeg in ruil voor financiële steun.
De aartsbisschop en de metropolieten zullen 90% ontvangen van het salaris dat een secretaris-generaal van een ministerie ontvangt. Daardoor stijgt hun bruto maandvergoeding 4.671,90 euro (voorheen varieerde het van ongeveer 2.400 tot 2.915euro, afhankelijk van kwalificaties en toeslagen). Ook bisschoppen en hulpbisschoppen zullen van de hervorming profiteren. Hun vergoeding wordt gekoppeld aan 70% van het salaris van een secretaris-generaal van het ministerie, waardoor hun bruto maandsalaris op ongeveer 3.200 euro komt. Voorheen bedroeg hun netto maandsalaris ongeveer 1.500 euro.
Hadden hogere bisschoppen het dan zo bar? Moeilijk te zeggen. Naast hun officiële salaris ontvangen ze namelijk ook vrijwillige donaties en geldelijke giften in verband met religieuze ceremonies en kerkelijke evenementen. Deze betalingen, die in het Grieks „tychera” worden genoemd, worden niet gerapporteerd, waardoor de totale waarde ervan onmogelijk te verifiëren is. Je zou het fakelaki voor de clerus kunnen noemen.
Volgens premier Mitsotakis is de loonsverhoging al lang een punt van debat geweest tussen kerk en staat, hoewel een aantal bisschoppen en metropolieten heeft aangegeven dat zij geen vragende partij zijn geweest. De metropoliet van Kythira, Serafim (foto hierboven), heeft al gezegd dat hij zijn loonsverhoging zal schenken aan de leerkrachten en dokters die op het eiland worden gestationeerd tegen vaak erg lage lonen die nauwelijks het basisloon overstijgen. Voor een aantal andere bisschoppen en metropolieten is de loonsverhoging welkom, want ze gaven aan dat ze moeilijk rond kwamen.
In een interview op televisie kwam Mitsotakis beweren dat de loonsverhoging er ook kwam omdat de muftis, de religieuze leiders van de moslimminderheid in Noord-Griekenland meer verdienen dan een metropoliet. Waarop de journalist aan wie hij het interview gaaf, braaf ja knikte. Maar als je een beetje zoekt, vind je dat een mufti ongeveer 2.000 euro per maand verdient omdat diens salaris is gekoppeld aan vergelijkbare functies in de publieke sector. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat Mitsotakis een indruk wil wekken.
Maar laten we eens kijken of dit wetsvoorstel niet verder politiek geïnspireerd is. Ruim een maand geleden stelde Maria Karystianou, de moeder van een van de dodelijke slachtoffers van de treinramp bij Tempi, haar politieke partij voor. Karystianou was bekend als voorzitster van de nabestaanden van de dodelijke slachtoffers en wist in die functie heel wat mensen te mobiliseren in de protesten tegen het feit dat Griekse politici buiten schot bleven in hun aandeel in de oorzaken van de treinramp. Omdat ze het gevoel kreeg dat ze daar nergens mee kwam, besloot ze in de politiek te stappen. Haar partij kreeg de naam “Hoop op Democratie”. Bij de voorstelling werd duidelijk dat de partij erg rechts conservatief en religieus is geïnspireerd. In de eerste opiniepeilingen scoorde de partij al meteen erg goed en door haar profiel werd gevreesd dat ze stemmen zou afsnoepen van de orthodoxe partij Niki, maar ook van de erg conservatieve vleugel van de regerende partij Nea Dimokratia.
Tegelijkertijd heeft oud-premier Antonis Samaras besloten om ook een nieuwe partij op te richten omdat hij zich niet meer kon vinden in de partijlijn die door Mitsotakis wordt uitgestippeld. Ook Samaras is erg rechts conservatief en flink religieus geïnspireerd en kan ook nog steeds rekenen op steun van een groot aantal Nea Dimokratia stemmers.
En Griekenland zou Griekenland niet zijn als de machtige orthodoxe Kerk geen invloed zou hebben op de politiek. Het is niet ongewoon dat priesters en bisschoppen vanop het preekgestoelte aangeven voor welke partij de gelovigen moeten stemmen. Door hun een royale loonsverhoging te geven, lijkt Mitsotakis te hopen dat hun loyauteit bij hem komt te liggen en niet bij de politieke nieuwelingen.